Centrale toetsingscommissie – CTC

De CTC, samengesteld uit leden van het openbaar ministerie en politie, is een intern adviesorgaan van het openbaar ministerie, dat het College adviseert omtrent de voorgenomen inzet van bepaalde bijzondere opsporingsbevoegdheden en methodieken.

De officier van justitie is verplicht om bij de navolgende opsporingsbevoegdheden, na advies van de CTC, toestemming te vragen van het College:

  • politiële infiltratie, (artt. 126h en 126p Sv);
  • burgerinfiltratie (artt. 126w en 126x Sv);
  • burgerpseudo-koop en burgerpseudo-dienstverlening (artt. 126ij en 126z Sv) in het kader van de uitvoering van een rechtshulpverzoek, waarbij sprake is van de inzet van een burger met een strafrechtelijke achtergrond;
  • alle gevallen van afzien van inbeslagneming van bij de wet verboden voor de volksgezondheid schadelijke en/of voor de veiligheid gevaarlijke voorwerpen, (art. 126ff lid 2 Sv);
  • alle gevallen van het “doorlaten van personen” in het kader van mensensmokkel (Brief van 12-04-1999 van de Minister van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstukken II, 1998/1999, 25 403, nr. 35);
  • het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel in een woning of een daaraan gelijk te stellen ruimte (artt. 126l en 126s Sv);
  • toezeggingen aan getuigen in strafzaken (art. 44a Sr en artt. 226g t/m 226l Sv en Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken, Stcrt. 2006, nr. 56);
  • het opheffen van de anonimiteit van bellers naar Meld Misdaad Anoniem (M-lijn) door middel van het vorderen van inlichtingen bij telecommunicatieaanbieders dan wel het gebruik van reeds verkregen inlichtingen (artt. 126n, 126u, 126nc en 126nd Sv en Instructie Meld Misdaad Anoniem);
  • DNA-bevolkingsonderzoek (artt. 151a en 195a Sv);
  • inkomende en uitgaande rechtshulpverzoeken waarin de uitvoering van een van bovengenoemde opsporingsactiviteiten wordt verzocht.

Buiten deze gevallen kan een officier van justitie ook vrijblijvend advies inwinnen van de CTC, waarbij de zaak in beginsel niet wordt voorgelegd aan het College.

Besluitvorming door College

Nadat het College het advies van de CTC heeft ontvangen, zal het College tot een oordeel komen. Het College zal de aanvragende hoofdofficier zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis stellen van haar beslissing, met de eventueel daarbij gestelde voorwaarden.

Ook bij spoed is advies verplicht

Ook in geval van dringende noodzakelijkheid zal de verantwoordelijke hoofdofficier van justitie de zaak ter goedkeuring moeten voorleggen aan het College. De hoofdofficier van justitie zal zich daartoe direct tot het secretariaat van de CTC moeten wenden, onder opgave van redenen waarom met spoed een beslissing is gewenst is.

De CTC toetst de zaak zo spoedig mogelijk en legt haar (mondeling) advies voor aan (een lid van) het College. In het advies motiveert de CTC het spoedeisend karakter van de beslissing en geeft aan binnen welke termijn een beslissing gewenst is. Hierop kan het College een (mondelinge) beslissing nemen.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden