Procedure vorderen gegevens

De vordering verstrekking van gegevens op grond van de artt. 126nc/126uc126nh/126uh Sv is schriftelijk en vermeldt de naam of een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de (rechts)persoon over wie de gegevens worden gevorderd, een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de termijn waarbinnen en de wijze waarop de gegevens dienen te worden verstrekt en het wetsartikel op grond waarvan de vordering wordt gedaan.

Vorderen gegevens financieel dienstverlener

Ondanks dat de Wet bevoegdheden vorderen gegevens (artt. 126nc/126uc126nh/126uh Sv) (Stb. 2005, 390) in de plaats is gekomen van de Wet vorderen gegevens financiële sector (Stb. 2004, 109) blijft hetgeen in de wetsgeschiedenis van de Wet vorderen gegevens financiële sector aan de orde is gekomen geheel van toepassing op de vorderingen die op grond van de artt. 126nc/126uc–126nf/126uf Sv worden gericht aan de financiële dienstverleners. Ten aanzien van de vorderingen die gericht worden aan financiële dienstverleners blijven dan ook de afspraken gelden die mede op basis van de Wet vorderen gegevens financiële sector zijn gemaakt tussen justitie en de financiële dienstverleners omtrent de ingevolge die wet uit te voeren gegevensverstrekkingen en de in verband daarmee te vergoeden kosten.

> Meer informatie gegevens financieel dienstverlener

Concrete omschrijving persoon

Een vordering verstrekking van gegevens dient zoveel mogelijk geconcretiseerd te zijn ten aanzien van de persoon met betrekking tot wie gegevens worden opgevraagd, alsook ten aanzien van de te vorderen gegevens. Indien de vordering geen betrekking heeft op een bepaalde persoon, dan zullen de te vorderen gegevens zoveel mogelijk in de vordering moeten worden beperkt in tijd, plaats of groep van personen.

Rechtstreeks of via opsporingsambtenaar

De officier van justitie verstrekt de schriftelijke vordering aan een opsporingsambtenaar die deze vordering doorgeleidt naar de derde van wie de gegevens gevorderd worden. Daarnaast kan de officier van justitie de schriftelijke vordering ook rechtstreeks ter beschikking stellen aan de derde.

De zelfstandige vordering door de opsporingsambtenaar is voorbehouden aan die opsporingsambtenaren die daartoe uitdrukkelijk zijn aangewezen door de korpschef of het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst. Hierbij dient in het bijzonder gedacht te worden aan de opsporingsambtenaren die werkzaam zijn bij een (regionale) informatieknooppunt of een vergelijkbare dienst belast met de informatieverwerking.

Opmaken proces-verbaal

Van de verstrekking van identificerende gegevens dient een proces-verbaal opgemaakt te worden door de opsporingsambtenaar. De officier van justitie doet van een verstrekking van toekomstige en historische gegevens (artt. 126nd/126ud en126ne/126ue Sv), gevoelige gegevens (artt. 126nf/126uf Sv) en gegevens van een aanbieder van een communicatiedienst (artt. 126ng/126ug Sv) proces-verbaal opmaken door een opsporingsambtenaar. Indien duidelijk is in welk onderzoek en naar welk strafbaar feit de bevoegdheid is toegepast, kan de verkrijging van gegevens op grond van verschillende individuele vorderingen ook in één proces-verbaal worden verantwoord.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden