Lokmiddelen

Steeds vaker zet de politie lokmiddelen in om verdachten op te sporen. Het gaat dan om een ongerichte uitlokking gericht op potentiële verdachten.

Wettelijk kader lokmiddelen

Het gebruik van een lokmiddelen heeft geen expliciete wettelijke basis. De wettelijke grondslag voor de toepassing van lokmiddelen kan worden gebaseerd op artikel 3 Politiewet en de artikelen 141 en 142 Sv.

In het Lokfiets-arrest (HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers  r.o. 2.3) spreekt de Hoge Raad zich voor het eerst uit over de inzet van lokmiddelen. De politie had een grijze damesfiets bij de kaartjesautomaat bij de in/uitgang van het treinstation Deventer geplaatst. De fiets was niet op slot gezet. Een man stapt op de fiets en rijdt weg. Vervolgens wordt hij door de politie aangehouden. De vraag die in het arrest wordt beantwoord is of de politie de man onrechtmatig heeft uitgelokt tot het stelen van de fiets.

De Hoge Raad overwoog het volgende:
‘Vooropgesteld moet worden dat het plaatsen door de politie van een zogenoemde lokfiets teneinde aldus fietsendieven op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling.’.

De ongerichte inzet van lokmiddelen keurt de Hoge Raad dus wel goed. Of dit anders is bij een gerichte actie, zal uit latere jurisprudentie nog moeten blijken.

Tallon-criterium

Met name gaat het bij de inzet van lokmiddelen om de vraag of de verdachte niet is gebracht tot handelingen waarop diens opzet van te voren niet was gericht. Dit is het zogenaamde Tallon-criterium.
In het Lokfiets-arrest was hier volgens de Hoge Raad geen sprake van:
"de verdachte is door het plaatsen van de lokfiets niet gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht (r.o. 2.4).
Volgens de Hoge Raad had de politie niet meer gedaan dan ‘het plaatsen van de desbetreffende fiets op een plek waar veel andere fietsen plegen te worden gestald en waar veelvuldig fietsen worden gestolen, om vervolgens af te wachten wat met de lokfiets zou gebeuren. De enkele omstandigheid dat die fiets niet was afgesloten, dwingt niet tot een ander oordeel.

De A-G mr. Knigge was echter kritischer en vond wel dat er sprake was van een schending van het tallon-criterium. De conclusie van de A-G is erg belangrijk voor de beoordeling van het tallon-criterium in dit soort zaken.

> Meer informatie Tallon-criterium

Voorbeelden lokmiddelen

Een exercitie op het internet leert dat er thans verschillende lokmiddelen bestaan:

  • de lokfiets,
  • de lokbuggy,
  • de lok(vracht)auto (ingezet tegen diefstallen, autokraken)
  • de lokwoning (ingezet tegen inbraken)
  • de lokoma (ingezet tegen straatroven)
  • de loktiener (ingezet tegen winkeliers die drank verkopen aan minderjarigen)
  • de lokhomo (ingezet tegen "potenrammers"
  • de lokhoer (tegen hoerenloperij),
  • de lokklant (tegen illegale prostituees en drugsrunners)

Literatuur over lokmiddelen

Zie over deze opsporing via lokmiddelen:

  •  J. Boogers in het Recherche Magazine, "Van lokauto tot lokagent" nr. 3 mei 2004, p. 9 en
  • A. Blokland e.a. in het Algemeen Politieblad, "Lokauto" jaargang 137, nr. 26, 24 december 1988, p. 609 ev.

 

 

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn