Schakelbewijs

Wanneer iemand van een aantal misdrijven wordt verdacht mag de rechter het bewijsmateriaal, dat strikt genomen slechts betrekking heeft op één daarvan, ook voor het bewijs van de andere feiten kan worden gebruikt. Dit bewijsmateriaal wordt dan als het ware met het materiaal, dat betrekking heeft op het te bewijzen feit, aaneengeschakeld of samengesmeed tot een bewijsketen. Een op deze grondslag geconstrueerde bewijsredenering is echter zelden heel sterk. De rechter zal deze schakelbewijsconstructie slechts gebruiken wanneer hij weliswaar ten volle overtuigd is, maar het wettig bewijs daarentegen schaars. Dit komt vooral voor in zaken waarin slechts één getuige (het slachtoffer) tegenover de verdachte staat. De advocaat moet in zijn pleidooi proberen om de overtuiging van de rechter weg te nemen en verder moet de advocaat proberen aannemelijk te maken dat het gewicht van de zaak het gebruik van een zo riskante redenering niet rechtvaardigt. Het gebruikte materiaal moet in ieder geval voldoende stevig zijn en in duidelijke relatie staan met het ten laste gelegde.

Varianten schakelbewijsconstructie

Van de keten- of schakelbewijsconstructie zijn verschillende varianten denkbaar.

  1. Wanneer twee feiten ten laste zijn gelegd, waarvan één langs de normale weg kan worden bewezen, maar ten aanzien van het ander het bewijsminimum niet wordt gehaald, mag het voor het bewijs van het eerste feit gebruikte materiaal tevens worden aangewend als steunbewijs voor het tweede feit, zie o.a. HR 13 januari 1941, NJ 1941, 480,  HR 11 januari 2000, NJ 2000, 194 (steun aan verklaring van een getuige die door de verdediging niet kon worden ondervraagd) en HR 14 maart 2006, NJ 2007, 345, m.nt. Mevis (Lucie de Berk). Soms wordt de bewezenverklaring van het ene feit als bewijs ten aanzien van het andere gebruikt, maar dat is dan weer niet toegestaan.
  2. Wanneer twee feiten ten laste zijn gelegd, en ten aanzien van geen ervan het bewijsminimum wordt gehaald. Dan kan het bewijs, dat betrekking heeft op het ene feit, eveneens worden gebruikt als steunbewijs voor het andere, maar nu over en weer. Dit gaat niet op wanneer voor het bewijs van beide feiten alleen de verklaring van telkens dezelfde persoon voorhanden is. Het steunbewijs hoeft ook hier de juistheid van het ten laste gelegde niet volledig te bevestigen, zolang het wel steeds redengevend is. Het moet bijvoorbeeld gaan om een heel specifieke, onderscheidende werkwijze. Gaat het bijvoorbeeld om om een zelfde modus operandi, dan mag worden verwacht dat die werkwijze heel specifiek is en kenmerkend voor de verdachte. De schakelbewijscontructie kan hierbij gemotiveerd worden dat de feitelijke gang van zaken op essentiële punten sterke overeenkomst vertoont. Dit was ook het geval in de geruchtmakende zaak van de verpleegster Lucia de Berk, die uiteindelijk ten onrechte werd veroordeeld.

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden