Uitvoering infiltratie

Uitvoering door opsporingsambtenaren in geval van politiële infiltratie

Gezien de bijzondere kennis en vaardigheden die zijn vereist voor een goede uitvoering van een bevel politiële infiltratie kunnen slechts daartoe opgeleide opsporingsambtenaren van politie (art. 141, onderdeel b Sv) die lid zijn van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid worden belast met zo’n bevel.

Indien binnen de politie bijzondere kennis of deskundigheid niet beschikbaar is die nodig is voor de uitvoering van een bevel politiële infiltratie kunnen (behalve de opsporingsambtenaren van politie) ook opsporingsambtenaren van de KMar of van een bijzondere opsporingsdienst (art. 141, onderdeel c of art. 142 Sv), die geen lid zijn van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid, met de uitvoering van zo’n bevel worden belast. Deze opsporingsambtenaren zullen echter wel moeten voldoen aan de opleidingseisen die gelden voor opsporingsambtenaren die lid zijn van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid (Zie hieromtrent hetSamenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden (Stb. 1999, 549).

In de Regeling infiltratieteams (Stcrt. 2000, nr. 7) zijn regels opgenomen ten aanzien van de organisatie, selectie en opleiding van politiële infiltranten alsmede betreffende de begeleiding, rapportage en verantwoording van infiltratieacties.

Begeleiding van burgers door opsporingsambtenaren in geval van burgerinfiltratie

Bij de inzet van een burgerinfiltrant dient in verband met de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing steeds bijzondere aandacht te worden besteed aan de betrouwbaarheid en de stuurbaarheid van de in te zetten burger. De burgerinfiltrant zal dan ook altijd begeleid moeten worden door een opgeleide begeleider van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid.

Afscherming

De resultaten die worden verkregen door de inzet van de bevoegdheid tot (burger)infiltratie kunnen als bewijs in de strafzaak worden ingebracht. Dit heeft tot gevolg dat deze resultaten integraal ter terechtzitting verantwoord moeten kunnen worden. Dit kan als consequentie hebben dat de (burger)infiltrant als getuige moet worden gehoord. Om verschillende redenen kan het echter gewenst zijn om de identiteit van de opsporingsambtenaar of de burger af te schermen. In de eerste plaats kan het openbaar maken van de identiteit van de opsporingsambtenaar een ernstige belemmering voor hem opleveren om in de toekomst uitvoering te kunnen geven aan zijn functie. Daarnaast kan ook de veiligheid van de opsporingsambtenaar of de burger in dit geval in het geding komen. De wens om informatie af te schermen geldt ook ten aanzien van de in het kader van de infiltratie gebruikte opsporingstechnieken -en tactieken. Openbaarmaking hiervan zou namelijk tot gevolg kunnen hebben dat hier in de toekomst geen gebruik meer van kan worden gemaakt dan wel dat de waarde van het middel afneemt.

De identiteit van een opsporingsambtenaar die uitvoering heeft gegeven aan een bevel infiltratie kan in de eerste plaats worden afgeschermd door de opsporingsambtenaar een proces-verbaal onder nummer op te laten maken. Indien de betreffende opsporingsambtenaar echter wordt opgeroepen om te getuigen over de uitvoering van het bevel dan zijn er verschillende andere mogelijkheden om de identiteit van de opsporingsambtenaar af te schermen. In de eerste plaats kan de chef van de opsporingsambtenaar, die op de hoogte is van diens identiteit, getuigen over de bevindingen die zijn gedaan door de betreffende opsporingsambtenaar. Indien hier niet mee kan worden volstaan, kan de opsporingsambtenaar op de voet van de artt. 190 lid 2 of 290 lid 1 Sv als beperkt anonieme getuige worden gehoord. Daarnaast kan op grond van de artt. 187b en 187d Sv bepaalde informatie (die betrekking kan hebben op gebruikte opsporingstechnieken- en tactieken, maar ook op de identiteit van de opsporingsambtenaar) worden afgeschermd. Tot slot zou in uitzonderingsgevallen een beroep gedaan kunnen worden op de bedreigde getuigenregeling (artt. 226a226f Sv). De voorgaande mogelijkheden tot afscherming zijn van overeenkomstige toepassing in het geval de identiteit van de burgerinfiltrant dient te worden afgeschermd.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden