Onderzoeksvragen bij vergelijkend schoenspooronderzoek

Bij een vergelijkend schoenspooronderzoek kunnen de volgende vragen worden gesteld aan de deskundige. Deze vragen gelden eveneens bij een band- of handschoensonderzoek.

Vragen vergelijkend schoensporenonderzoek

 

  • Is het schoenspoor veroorzaakt met de betreffende schoen?
  • Zijn de sporen van één of meerdere plaatsen delict afkomstig van dezelfde schoen/band/handschoen/voet?

Hypothesen

Om antwoord te geven op dergelijke onderzoeksvragen wordt er gewerkt aan de hand van hypothesen. Voorbeelden van zulke hypothesen zijn:

  • H1 De schoenafdruk is veroorzaakt met de betreffende schoen.
  • H2 De schoenafdruk is veroorzaakt met een andere schoen (van gelijke maat en type).

Indicatief onderzoek aan schoen-, band- of handschoensporen

Indien gewenst kan een indicatief onderzoek plaatsvinden. Het indicatief onderzoek is bedoeld om vast te stellen of het aangeleverde bewijsmateriaal geschikt is voor het doen van onderzoek en om nadere informatie hieruit te krijgen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd op een beperkt aantal voor dit doel aangeleverde stukken van overtuiging (SVO's). Bij een indicatief onderzoek wordt geen vergelijkend onderzoek verricht.

Een indicatief onderzoek kan antwoord geven op de volgende vragen:

  • Is het spoor geschikt voor een nader vergelijkend onderzoek met een schoen-, band- of handschoen?
  • Met welk type schoen-, band- of handschoen is het spoor veroorzaakt?
  • Komt de schoen-, band- of handschoen in aanmerking als mogelijke veroorzaker van het spoor (op basis van algemene (classificatie)kenmerken)?

C. Voetsporen- en schoen-voetonderzoek

Bij een voetsporen- en schoen-voetonderzoek kunnen de volgende onderzoeksvragen worden gesteld:

  • Is de voetafdruk (met bloed of ander materiaal) afkomstig van de betreffende persoon?
  • Zijn de voetafdrukken van één of meerdere plaatsen delict afkomstig van dezelfde (onbekende) persoon?
  • Zijn de schoenen gedragen door de betreffende persoon?

Hypothesen

Om antwoord te geven op dergelijke onderzoeksvragen wordt er gewerkt aan de hand van hypothesen.

Voorbeelden van zulke hypothesen zijn:

  • H1 De voetafdruk is afkomstig van de verdachte.
  • H2 De voetafdruk is afkomstig van een ander persoon. 
  • H1 De voetafdrukken zijn afkomstig van één en dezelfde persoon.
  • H2 De voetafdrukken zijn afkomstig van meerdere personen.

Voor meer informatie:

  • https://mijnnfi.nl/pdc/stoffen-en-voorwerpen/kras--indruk--en-vormsporen/bijzonder-vergelijkend-schoen--band--handschoen--en-voetsporenonderzoek.html 
Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn