Schoenspoor als bewijs

Bij een vergelijkend schoensporenonderzoek wordt onderzocht of op de plaats delict achtergelaten schoensporen afkomstig zijn van de schoenen van een verdachte, of dat op verschillende plaatsen gevonden schoensporen achtergelaten kunnen zijn door dezelfde onbekende schoen of hetzelfde paar schoenen.

Schoenspoor

Het woord “schoenspoor” in deze vakbijlage verwijst zowel naar het originele spoor als naar alle andere gangbare weergaven hiervan, zoals:

  • een afvorming van een indrukspoor, meestal van gips;
  • een folie met een afgenomen afdrukspoor (die al dan niet vooraf is opgewekt);
  • een voorwerp (sporendrager) waarop zich een schoenspoor bevindt;
  • een foto van een schoenspoor of van een afgenomen schoenspoor.

Afhankelijk van de wijze van veiligstellen zijn de sporen een directe weergave van de schoenzool of het spiegelbeeld hiervan.  

In de sporen kunnen onregelmatigheden zichtbaar zijn. Deze kunnen zijn veroorzaakt door beschadigingen in de zool van de schoen, of door de ondergrond waarop of waarin het spoor is geplaatst. Bij het vergelijkend onderzoek zijn alleen onregelmatigheden van het eerste type, veroorzaakt door beschadigingen in de schoenzool, van belang. Onregelmatigheden kunnen variëren in de vorm en grootte. Korte lijntjes en ronde vormen zonder detail komen vaker voor dan beschadigingen met complexe vormen, en krijgen daarom minder gewicht. Is een spoor dermate onduidelijk dat er geen voor indentificatiedoeleinden geschikte kenmerken zijn waar te nemen, dan wordt het spoor niet verder onderzocht.

Schoenen

Onder schoenen wordt verstaan alle soorten schoeisel, zoals sportschoenen en vrijetijdsschoenen, maar ook laarzen, slippers en dergelijke. Bij het onderzoek van de schoenen is vooral de loopzool, het deel dat in contact komt met de grond, van belang. Bij sommige sporen (voornamelijk indruksporen) worden echter ook de zijkanten van de schoenen bij het onderzoek betrokken.

Bij de loopzool wordt gekeken naar het soort materiaal, de toegepaste fabricagetechniek, het profiel, de vorm van de zool en de afmetingen. De loopzool wordt onderzocht op beschadigingen ontstaan door het gebruik van de schoen en op kenmerken die tijdens de fabricage zijn ontstaan en mogelijk seriematig voorkomen. Ook wordt bij het vergelijkend onderzoek gekeken naar slijtageverschijnselen. Er kan sprake zijn van geen, weinig, gevorderde of vergevorderde slijtage. Hierdoor kunnen de profielelementen van vorm veranderen. Slijtageverschijnselen kunnen ook op afwijkingen van orthopedische aard wijzen, die van belang kunnen zijn voor het vergelijkend onderzoek.

De schoenen worden beschreven, waarbij een opsomming wordt gegeven van het merk, de maat, de vorm van de profielelementen en de staat van loopzool.

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn