Bewijsmiddelen

In het arrest HR 24 juni 2003, NJ 2004, 165 oordeelde de Hoge Raad dat de opvatting dat het de rechter niet is toegestaan zich in een nadere bewijsoverweging te beroepen op feiten of omstandigheden die niet zijn opgenomen in de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring steunt, onjuist is. Wél dient de rechter die zich op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens beroept, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging
(a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en
(b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Ingeval het feiten of omstandigheden betreft die zijn vervat in processen-verbaal, verslagen van deskundigen of andere schriftelijke bescheiden, dienen die stukken ter terechtzitting te zijn voorgelezen of moet daarvan aldaar de korte inhoud zijn medegedeeld (ECLI:NL:PHR:2006:AV1589).

Bewijsmiddelen

In de wet is omschreven welke bewijsmiddelen een rechter mag gebruiker om iemand te veroordelen.

 

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn